Raadsagenda Cranendonck 2026-2030

Raadsagenda 2026-2030

Gemeenteraad Cranendonck

Inhoud

  1. Woningbouw
  2. Sociaal domein
  3. Schaalsprong en groei
  4. Verenigingen en gemeenschapshuizen
  5. Economie
  6. Nassau-Dietzkazerne: defensie en asielzoekerscentrum
  7. Dienstverlening en bestuur
  8. Financiën
  9. Onderwijs
  10. Verkeer en mobiliteit
  11. Buitengebied
  12. Duurzaamheid
  13. Sport en gezondheid
  14. Regionale samenwerking
  15. Netcongestie
  16. Burgerparticipatie
  17. Projecten

Inleiding

De gemeenteraad van Cranendonck bouwt met deze raadsagenda 2026–2030 voort op de ervaringen uit voorgaande bestuursperiodes, waarin gezamenlijk is gewerkt aan richting en prioritering. Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 hebben de fracties opnieuw de intentie uitgesproken om op hoofdlijnen richting te geven aan het college. Wat vinden wij belangrijk? Waar willen wij op sturen? Welke opgaven vragen de komende jaren nadrukkelijk onze aandacht? Deze raadsagenda vormt het gezamenlijke afsprakenkader van de gemeenteraad voor de periode 2026–2030. Hierin zijn de belangrijkste thema’s, ambities en prioriteiten opgenomen die richting geven aan het handelen van het college en de verdere ontwikkeling van onze gemeente. Tegelijkertijd is deze raadsagenda geen dichtgetimmerd document. Het biedt ruimte voor debat, nieuwe inzichten en initiatieven die gedurende de bestuursperiode ontstaan. Het Kompas voor Cranendonck en de daarin opgenomen strategische visie vormen hierbij een belangrijke onderlegger en richtinggevend uitgangspunt voor de gemeenteraad. Deze raadsagenda spreekt ambities en prioriteiten van de gemeenteraad uit. De raad verwacht van het college dat deze worden vertaald naar een realistisch uitvoeringsprogramma waarbij rekening wordt gehouden met beschikbare middelen, capaciteit en externe ontwikkelingen. Daarbij is het belangrijk dat de gemeenteraad tijdig wordt geïnformeerd en betrokken, zodat gezamenlijk kan worden gestuurd op prioriteiten en voortgang. Samen vormen raad en college het gemeentebestuur. Dat vraagt om een open samenwerking, heldere communicatie en het blijvend betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Met deze raadsagenda spreekt de gemeenteraad de ambitie uit om de komende jaren voortvarend aan de slag te gaan met de opgaven die voor ons liggen, met steeds het belang van onze inwoners centraal.

Gemeenteraad van Cranendonck Budel, juni 2026

1. Woningbouw

Voor de gemeenteraad staat vast dat woningbouw in Cranendonck prioriteit heeft. Daarbij geldt als uitgangspunt dat we niet alleen woningen bouwen, maar ook gemeenschappen creëren. De focus ligt op de ontwikkeling van grotere woningbouwlocaties. De wens is om CPO-initiatieven te betrekken bij de woningbouw. Het college wordt gevraagd om bij de verdeling van woningtypen tenminste de wettelijke normen op gemeentelijk niveau te behalen. Daarbij wordt het wenselijk geacht om binnen de wettelijke kaders inwoners van Cranendonck, of personen met een aantoonbare binding met Cranendonck, zoveel mogelijk voorrang te geven bij de toewijzing van woningen. Tevens wordt bij nieuwe woningbouwontwikkelingen nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de realisatie van voldoende en kwalitatief goede buitenruimte, zodat ook de leefbaarheid en aantrekkelijkheid voor gezinnen wordt geborgd. Er wordt gestuurd op een verschuiving van reactief naar actief grondbeleid waarbij meer gebruik gemaakt zou kunnen worden van het voorkeursrecht. Daarnaast wordt verwacht dat het splitsingsbeleid wordt geactualiseerd en dat wonen en zorg beter op elkaar worden afgestemd. De raad ziet kansen om leegstaand vastgoed te transformeren naar (tijdelijke) woningbouw, mede in relatie tot netcongestie, aangezien op deze locaties vaak nog beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet aanwezig is. Tot slot wenst de raad een heroverweging van de huidige ondergrens voor woningbouwplannen die ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd, met als doel deze grens te verhogen en de besluitvorming voor kleinere projecten te versnellen en de besluitvorming van de raad te concentreren op grotere projecten.

2. Sociaal domein

Er wordt verwacht van het college dat er nadrukkelijk ingezet wordt op de ontwikkeling van preventief en samenhangend beleid voor het gehele sociaal domein. Een integrale aanpak is essentieel: de raad hecht aan beleid dat over alle leefdomeinen heen samenhang vertoont, in plaats van een versnippering in losse projecten. Preventie vormt hierin een belangrijk uitgangspunt, waarbij niet alleen aandacht is voor jeugd, maar ook voor ouderen, mantelzorgers en jongvolwassenen. Jeugdzorg en de uitvoering van de Jeugdwet hebben voor de raad hoge prioriteit, evenals de wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven.

Het principe van samenredzaamheid geldt als leidend: voortbouwend op zelfredzaamheid, maar met nadruk op het samen doen. De raad ziet het als taak van de gemeente om dit principe te verbinden met het zorgconcept en hierin een faciliterende en stimulerende rol te vervullen. Wanneer samenredzaamheid of zelfredzaamheid onvoldoende mogelijk blijkt, voorziet de gemeente in een passend vangnet. De raad spreekt ook de wens uit om het beleidsplan sociaal domein te herzien. Daarnaast heeft de gemeenteraad behoefte om periodiek door de organisatie te worden bijgepraat over ontwikkelingen binnen het sociaal domein. Daarbij wordt gedacht aan een expertise- of focusgroep, gericht op kennisvergroting, verdieping en het uitwisselen van ervaringen en inzichten.

3. Schaalsprong en groei

De raad spreekt de ambitie uit om te komen tot een verantwoorde groei van Cranendonck, passend bij de schaal, identiteit en leefbaarheid van alle kernen. De raad staat achter de schaalsprong en ziet deze als een kans om de gemeente toekomstbestendig te ontwikkelen, mits dit zorgvuldig en in balans gebeurt. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is het behoud van eigen regie bij deelname aan regionale ontwikkelingen. De raad onderkent dat samenwerking in de regio vraagt om geven en nemen, maar ziet dit ook als een kans: wat Cranendonck bijdraagt aan de regio, moet zich vertalen in investeringen in voorzieningen en leefbaarheid voor de eigen inwoners. Deze koppeling tussen regionale inzet en lokale opbrengsten wordt nadrukkelijk van belang geacht. De groei wordt verdeeld over alle kernen, met behoud van balans en leefbaarheid. Tegelijkertijd wordt onderkend dat het zwaartepunt van de ontwikkeling in Maarheeze kan liggen. Deze nadruk op Maarheeze wordt aanvaard, mits dit gebeurt onder de eigen voorwaarden van Cranendonck en met blijvende aandacht voor de andere kernen, zodat ook zij meeprofiteren van de ontwikkelingen. De raad hecht eraan dat groei altijd wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van voorzieningen, bereikbaarheid en mobiliteit. Infrastructuur moet hierbij gelijktijdig meegroeien. Daarbij is het van belang dat er goede verbindingen binnen de regio worden gerealiseerd, met name in de as Eindhoven–Weert. Ook het versterken van werkgelegenheid en het vestigingsklimaat maakt integraal onderdeel uit van deze groeiopgave. Tegelijkertijd blijft het bewaken van het dorpskarakter en de identiteit van alle kernen een essentiële randvoorwaarde. Groei mag niet ten koste gaan van de eigenheid en leefbaarheid die Cranendonck kenmerken.

Duurzaamheid en energietransitie worden integraal meegenomen in de groeiopgaven, zodat toekomstige ontwikkelingen bijdragen aan een duurzame en veerkrachtige gemeente. De raad streeft ernaar om uiterlijk in 2026 een concreet besluit te nemen over de schaalsprong, inclusief aantallen woningen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en de samenhang met mobiliteit, voorzieningen en leefbaarheid. Daarbij wordt het belang van een heldere fasering benadrukt: inzicht in wat wanneer wordt gerealiseerd, wat dit oplevert en welke vervolgstappen daarop aansluiten.

4. Verenigingen en gemeenschapshuizen

De raad spreekt de ambitie uit om sterke dorpsgemeenschappen te behouden en verder te ontwikkelen, met een vitaal verenigingsleven en toegankelijke ontmoetingsplekken voor alle inwoners. Verenigingen en gemeenschapshuizen vormen het kloppend hart van de kernen en dragen bij aan sociale samenhang, gezondheid en leefbaarheid. Het behouden en versterken van gemeenschapshuizen en dorpshuizen blijft daarbij een belangrijk uitgangspunt, evenals het investeren in toekomstbestendige accommodaties en sportparken. Hierbij geldt dat voorzieningen niet enkel in stand worden gehouden om het behoud zelf, maar dat gekeken wordt naar daadwerkelijk gebruik en draagvlak: zolang er voldoende animo en betrokkenheid is, wordt ingezet op behoud en versterking. De raad hecht grote waarde aan het ondersteunen van verenigingen en vrijwilligers. Daarbij wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor het verminderen van regeldruk en het beter faciliteren van initiatieven. Verenigingen en organisatoren van lokale evenementen moeten beter worden geholpen bij het aanvragen van vergunningen en subsidies, bijvoorbeeld door duidelijke ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie en waar mogelijk het verstrekken van meerjarige vergunningen. Dit verlaagt de administratieve lasten en geeft meer zekerheid en ruimte voor initiatief. Toegankelijkheid en inclusiviteit vormen een belangrijk uitgangspunt: meedoen moet voor iedereen mogelijk zijn en laagdrempelig blijven, ook als het gaat om sport en deelname aan activiteiten. Verenigingen spelen daarnaast een belangrijke rol in het bevorderen van gezondheid, beweging en preventie. Samenwerking tussen verenigingen wordt gestimuleerd om krachten te bundelen en voorzieningen optimaal te benutten. Bovendien wordt het belang benadrukt van het behouden van tradities, cultuur en zowel materieel als immaterieel erfgoed, als dragers van de lokale identiteit en verbondenheid.

5. Economie

De raad spreekt de ambitie uit om te bouwen aan een sterke en toekomstbestendige lokale economie die stevig verankerd is in de regio, maar waarbij Cranendonck tegelijkertijd haar eigen regie en voorwaarden bewaakt. Deelname aan regionale samenwerkingen, zoals Brainport, MRE en Keyport, wordt gezien als kansrijk, als deze bijdraagt aan de economische ontwikkeling en het voorzieningenniveau voor de eigen inwoners. Er wordt ingezet op het creëren van voldoende ruimte voor bedrijvigheid, onder andere door uitbreiding van bedrijventerreinen. Deze ontwikkeling dient gefaseerd plaats te vinden, met oog voor vraag en behoefte en onder de voorwaarde dat tijdig wordt geïnvesteerd in passende infrastructuur. In dit kader wordt ook het instrument van het voorkeursrecht overwogen om regie te houden op strategische gronden voor bedrijvigheid. De raad hecht daarnaast waarde aan het bevorderen van werkgelegenheid en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, zodat inwoners en ondernemers optimaal kunnen profiteren van economische ontwikkelingen. De kansen die voortvloeien uit de regionale ligging en de aanwezigheid van Defensie worden hierbij actief benut. Het versterken van lokale ondernemers en het midden- en kleinbedrijf zijn belangrijk. Ook de agrarische sector blijft een belangrijke pijler binnen de lokale economie. De raad wil perspectief bieden aan boeren en hen ondersteunen bij ontwikkelingen en innovaties, bijvoorbeeld bij verduurzaming of verbreding van hun bedrijfsvoering. Recreatie en toerisme worden gezien als kansrijke sectoren voor verdere economische versterking. Hierbij wordt aangesloten op het bestaande beleidsstuk “Visie Recreatie en Toerisme Cranendonck 2025-2040” vastgesteld in maart 2025, waarbij ook nadrukkelijk wordt gekeken naar nog niet uitgevoerde projecten. Daarnaast blijft centrumontwikkeling een belangrijk aandachtspunt. Een cruciaal thema is de aanpak van leegstand en herbestemming. De raad benadrukt het belang hiervan en verwacht van het college een verordening op leegstand. Hiermee wordt beoogd om leegstand terug te dringen en bestaande locaties nieuw leven in te blazen.

6. Nassau-Dietzkazerne: defensie en asielzoekerscentrum

De raad ziet de terugkeer van Defensie in de vorm van de Nassau-Dietzkazerne als een ontwikkeling met impact én kansen voor Cranendonck. De ambitie is om deze opgave zorgvuldig in te passen, met blijvende aandacht voor leefbaarheid, veiligheid en draagvlak onder inwoners. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de gemeente regie houdt op de inpassing, de leefomgeving en het beperken van overlast, met de realiteit dat deze regie niet volledig is en goede samenwerking met Defensie en andere belanghebbenden noodzakelijk blijft. De komst van Defensie biedt kansen op het gebied van werkgelegenheid en economische versterking. Deze kansen wil de raad actief benutten, onder andere door verbindingen te leggen met het lokale bedrijfsleven en het onderwijs, zodat ook inwoners hiervan kunnen profiteren. Tegelijkertijd wordt verwacht dat Defensie invulling geeft aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en daadwerkelijk onderdeel wordt van de Cranendonckse gemeenschap. Voor een goede inpassing zijn heldere afspraken essentieel, met name op het gebied van verkeer, bereikbaarheid, voorzieningen en het beperken van overlast. De raad hecht daarbij waarde aan een zorgvuldig proces met duidelijke fasering, waarin tempo wordt gehouden zonder afbreuk te doen aan kwaliteit en zorgvuldigheid. In samenwerking met Defensie moet de gemeente zorgen voor een heldere informatievoorziening en communicatie. De Nassau-Dietzkazerne is momenteel in gebruik als asielzoekerscentrum (AZC). De raad hecht eraan te blijven sturen op het naleven van de afspraken zoals vastgelegd in de bestuursovereenkomst tussen de gemeente en het COA, waarbij blijvende aandacht voor het zoveel mogelijk beperken van overlast essentieel is. De raad denkt hierbij ook aan het verkleinen van de COL-locatie. Met het oog op de toekomstige komst van Defensie wil de raad een dubbele functie van het terrein – zowel als defensielocatie als asielzoekerscentrum – niet, mede vanuit humanitair perspectief.

7. Dienstverlening en bestuur

De raad streeft naar een toegankelijke, betrouwbare en mensgerichte overheid, waarin de menselijke maat en maatwerk centraal staan. Daarbij is het herstellen en versterken van het vertrouwen tussen inwoner en overheid een belangrijke leidraad. Inwoners moeten kunnen rekenen op snelle, duidelijke en toegankelijke dienstverlening, met heldere communicatie en tijdige terugkoppeling, waaronder het nakomen van afspraken en het adequaat reageren op vragen via telefoon en e-mail.

Daarbij wordt ingezet op het verminderen van regels en administratieve lasten, het versterken van zowel digitale als fysieke toegankelijkheid en een zichtbare en bereikbare overheid in alle kernen. De raad vindt het belangrijk dat de organisatie efficiënt en doelmatig werkt en actief monitort hoe de dienstverlening wordt ervaren en waar verbetering nodig is. De raad onderkent dat goede dienstverlening afhankelijk is van een stabiel personeelsbestand en het behoud van medewerkers, maar ook de beleving en de sfeer binnen de organisatie. De raad ziet voor zichzelf een rol in het volgen van dit onderwerp, onder andere door hierover het gesprek te blijven voeren met het college en de organisatie. Om dit thema verder te verdiepen, wordt de opdracht van de raadswerkgroep Burgervertrouwen, die zich richt op participatie en raadscommunicatie, verbreed met het vraagstuk van dienstverlening.

8. Financiën

De raad streeft naar een financieel gezonde gemeente met ruimte voor investeringen, gebaseerd op een structureel sluitende begroting en een stabiel financieel evenwicht. Daarbij geldt dat de wettelijke normen van de provincie als ondergrens worden gehanteerd. Binnen deze kaders wil de raad financieel verantwoord handelen, maar ook de ruimte benutten om ambities te realiseren en de financiële positie verder te versterken. Er wordt ingezet op het beter in balans brengen van begroting, jaarrekening en het financiële jaarresultaat. De raad neemt hierin ook zelf verantwoordelijkheid door duidelijke prioriteiten te stellen en scherpe keuzes te maken. Transparantie is daarbij essentieel: het gebruik van PM-posten wordt zoveel mogelijk voorkomen en posten worden zo concreet en onderbouwd mogelijk geraamd. In de komende jaren ontvangt de gemeente minder geld van de Rijksoverheid. Met het oog op toekomstige financiële onzekerheden, het zogenoemde ravijnjaar, wordt actief gewerkt met scenario’s en worden tijdig maatregelen voorbereid, zoals een bezuinigingsplan dat waar mogelijk ook samen met inwoners wordt vormgegeven. Daarnaast wordt ingezet op het onderzoeken van doelmatigheid en efficiëntie binnen regelingen en de organisatie, om inzicht te krijgen waar optimalisatie mogelijk is. De lasten voor inwoners blijven beheersbaar, waarbij tegelijkertijd ruimte wordt gezocht om noodzakelijke investeringen te kunnen blijven doen. In dat kader wordt voorgesteld om afschrijvingslasten van investeringen structureel via het begrotingssaldo te laten lopen, in plaats van via reserves. De raad krijgt in de toekomst in dat geval de keuze om vrijkomende ruimte als gevolg van vrijvallende kapitaallasten anders te bestemmen of te investeren in hetzelfde onderdeel.

9. Onderwijs

De raad streeft naar toegankelijk en kwalitatief onderwijs als basis voor leefbare dorpen. Ondersteunen en faciliteren van nabijheid van het basisonderwijs zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Tegelijkertijd wordt ingezet op het versterken en koesteren van het BRAVO! College, met bijzondere aandacht voor techniek- en praktijkonderwijs. De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt wordt verder verbeterd, waarbij BIVAK (Bijzonder Innovatief Vakonderwijs) als succesvol voorbeeld wordt gezien. Deze onderwijsaanpak, waarin leerlingen via projecten, bedrijfsbezoeken en stages direct verbonden worden met lokale bedrijven, sluit goed aan bij de behoefte van de regio en biedt kansen in relatie tot de groei van zowel inwoners als bedrijvigheid. Onderwijs is meer dan alleen leren: ook thema’s zoals gelijke kansen, mentale gezondheid en een veilige schoolomgeving verdienen structurele aandacht. De raad hecht daarnaast waarde aan het investeren in het welzijn en de ontwikkeling van jongeren en kijkt daarbij breed naar de onderwijsmogelijkheden binnen Cranendonck. In het licht van de verwachte groei en schaalsprong is het van belang om capaciteit en voorzieningen tijdig hierop af te stemmen. Een herziening en actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) wordt in dit kader wenselijk geacht.

10. Verkeer en mobiliteit

De gemeenteraad zet in op het verbeteren van verkeersveiligheid, met extra aandacht voor veilige woonstraten en schoolomgevingen. De veiligheid rondom scholen wordt hierbij nadrukkelijk aangepakt. Fietsgebruik wordt gestimuleerd door het verbeteren en goed onderhouden van fietsverbindingen, inclusief veilige schoolroutes en recreatieve fietspaden. Het verbinden van de kernen, ook via aantrekkelijke sportroutes en recreatieve netwerken, krijgt hierbij prioriteit. Het openbaar vervoer en de regionale bereikbaarheid worden versterkt, met de blijvende aandacht voor de doorstroming op het traject Weert–Eindhoven en de fileproblematiek rondom de A2-snelweg. De gemeente zorgt voor voldoende en passende parkeervoorzieningen en werkt aan een openbare ruimte die voor iedereen toegankelijk is. Dit betekent onder meer goed begaanbare trottoirs en voorzieningen voor ouderen en inwoners met een beperking. Van het college wordt verwacht dat inwoners actief worden betrokken bij verkeersoplossingen.

De gemeenteraad vraagt van het college om prioriteit en tempo in de uitvoering van het mobiliteitsbeleid per kern in lijn met in mei 2025 vastgestelde Masterplan Mobiliteit. De aanpak van sluip- en vrachtverkeer in de kernen blijft een aandachtspunt.

11. Buitengebied

De gemeenteraad verwacht dat het buitengebied vitaal blijft, met een goede balans tussen landbouw, natuur en recreatie, waarbij landschap en identiteit worden behouden en recreatieve netwerken worden versterkt. De gemeenteraad vraagt van het college om agrarische ondernemers te ondersteunen in toekomstbestendige landbouw, innovatie en verduurzaming, en ontwikkelruimte te bieden waar mogelijk, zowel agrarisch als niet-agrarisch. Daarbij wordt gevraagd om maatwerk in het buitengebied, duidelijke aandacht voor stikstofproblematiek en spuitzones, en het meedenken bij de herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing als een agrarisch ondernemer wenst te stoppen. Van het college wordt verwacht dat er een duidelijk aanspreekpunt is voor agrariërs, zowel voor ondernemers die willen stoppen als voor boeren die willen innoveren of verduurzamen, en dat de gemeente actief de verbinding legt tussen boeren, provincie en waterschap om gezamenlijk te werken aan water- en klimaatopgaven.

12. Duurzaamheid

De gemeenteraad verwacht dat wordt gewerkt aan een duurzame en klimaatbestendige gemeente, met draagvlak en oog voor betaalbaarheid voor zowel inwoners als gemeente. De raad vraagt het college om verduurzaming van woningen, bedrijven en gemeentelijk vastgoed te stimuleren, zonder inwoners te verplichten bovenop wettelijke eisen, en daarbij vooral in te zetten op laagdrempelige maatregelen en het benutten van kansen met groot effect. Daarnaast vraagt de raad om te investeren in klimaatadaptatie, zoals vergroening en het afkoppelen van regenwater, en om goede samenwerking met provincie en waterschap bij water- en klimaatopgaven. Van het college wordt verwacht dat verduurzaming stapsgewijs wordt uitgevoerd en dat ook bij bestaande projecten wordt gezocht naar extra duurzaamheidswinst.

13. Sport en gezondheid

De gemeenteraad verwacht dat sport en bewegen voor iedereen toegankelijk zijn en bijdragen aan een gezonde leefstijl en preventie. Sport vervult daarbij ook een belangrijke rol als ontmoetingsplek en in het versterken van sociale samenhang. De raad vraagt het college om te investeren in toekomstbestendige en doelmatige sportvoorzieningen, met oog voor multifunctioneel gebruik, spreiding en daadwerkelijk gebruik en draagvlak. Daarbij wordt ingezet op laagdrempelige sport- en beweegmogelijkheden in alle kernen en meer ruimte voor bewegen in de openbare ruimte. Daarnaast vraagt de raad om regionale samenwerking en het verkennen van mogelijkheden om, samen met regionale partners, bij te dragen aan het op peil houden van sportvoorzieningen. De raad ziet kansen voor het beter benutten van ongebruikte sportvelden en het stimuleren van alternatieve vormen van buitensport binnen de gemeente. Daarbij is aandacht voor het behoud en tijdelijk gebruik van bestaande sportvoorzieningen, zodat ruimte blijft bestaan voor sport, ontmoeting en een gezonde leefstijl. De raad vindt het belangrijk om deze mogelijkheden te onderzoeken. Van het college wordt verwacht dat een Toekomstvisie Binnensport wordt opgeleverd en dat er wordt toegezien op de uitvoering van het Koersdocument Sport “Iedereen doet mee! 2023-2030” vastgesteld in februari 2023.

14. Regionale samenwerking

De gemeenteraad verwacht dat Cranendonck zich sterk positioneert in de regio, met behoud van eigen identiteit en regie, en met oog voor de samenhang tussen regionale groei en lokale leefbaarheid. Hierbij wordt nadrukkelijk de koppeling gelegd met het onderdeel Schaalsprong en groei in deze raadsagenda. De raad vraagt het college om actief deel te nemen aan regionale samenwerkingen, zoals Brainport, Keyport en de MRE, en daarbij strategisch te sturen op thema’s en posities die van belang zijn voor Cranendonck. Dit vraagt om een bewuste inzet van bestuurlijke rollen en een actieve vertegenwoordiging van de gemeentelijke belangen. Ook wordt gevraagd om grensoverschrijdende samenwerking met België te benutten en te versterken. Van het college wordt verwacht dat wordt gewerkt aan een toekomstgericht perspectief voor Cranendonck en dat de raad actief wordt betrokken bij de strategische keuzes binnen de regio.

Daarnaast vindt de gemeenteraad het belangrijk om in gesprek te blijven over het toekomstperspectief van de gemeenschappelijke regeling samenwerking A2-gemeenten (GRSA2), waarin de gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en Valkenswaard samenwerken.

15. Netcongestie

De levering van voldoende stroom voor nieuwbouwwoningen en ondernemers wordt een enorm probleem de komende jaren. Er is nauwelijks tot geen ruimte meer op het stroomnet. Als daar geen verandering in komt, kunnen we nieuwe woningen of bedrijven niet voorzien van elektriciteit. Vanaf zomer 2026 bestaat dit risico al. Wat de raad betreft, moet het college proactief in gesprek met Enexis, Tennet en de regio om de overlast te beperken. De gemeente moet een verbindende rol spelen. Ook moeten we flexibel zijn in het verlenen van vergunningen voor netverzwaring en bij bestemmingsplannen ruimte bieden voor flexibele oplossingen. De raad wil dat er met een positieve blik naar innovatieve alternatieven gezocht wordt. Denk hierbij onder andere aan de ontwikkelingen binnen Metalot, een gesloten distributiesysteem voor een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein en eventuele afspraken met grootverbruikers in onze gemeente. Zoeken naar een win-win situatie is hierbij van belang.

16. Burgerparticipatie

De raad wil zichtbaar en benaderbaar zijn en actief de verbinding zoeken met inwoners door de kernen te bezoeken en het gesprek aan te gaan over wat er leeft. Daarbij hoort ook dat de raad uitlegt hoe de gemeente werkt en welke rol inwoners zelf kunnen spelen. De raad vindt dat niet alleen de raad, maar ook het college en de ambtelijke organisatie vaker naar buiten zouden moeten treden en in contact moeten staan met inwoners, verenigingen en maatschappelijke partners. De kennis, ervaring en betrokkenheid uit de samenleving wil de raad beter benutten en vertalen naar beleid en uitvoering. Tegelijkertijd ziet de raad dat dit vraagt om voldoende capaciteit binnen de organisatie om participatie en initiatieven vanuit de gemeenschap goed te begeleiden. De raad wil laagdrempelig beginnen, ruimte geven om te leren van ervaringen en stapsgewijs bouwen aan een participatieve werkwijze. Daarbij past ook het verkennen van manieren om verenigingen en lokale initiatieven meer vertrouwen en handelingsruimte te geven. Voorwaarde hierbij is dat er duidelijke kaders en spelregels worden vastgesteld en helder wordt gecommuniceerd over doelen, verwachtingen en ieders rol en verantwoordelijkheid. Dit vraagt om een verdere ontwikkeling van de raad, het college en de organisatie. De raad ziet voor zichzelf een actieve rol, onder meer via de raadswerkgroep Burgervertrouwen,

om gezamenlijk te verkennen hoe rollen, taken en verantwoordelijkheden van raad, college, ambtelijke organisatie en griffie zich hierin verder kunnen ontwikkelen.

17. Projecten

17.1 Ontwikkelingen Budel-Schoot

Binnen de gemeenteraad leeft de behoefte om zorgvuldig te worden bijgepraat over het project “Treintje Budel-Schoot”, de bredere integrale gebiedsontwikkeling in Budel-Schoot. De raad wil dat het college prioriteit geeft aan het verduidelijken van de alternatieven, planning, besluitvorming en kosten om zo de vooruitgang in het project te waarborgen.

17.2 De Baronie

De Baronie van Cranendonck is een bijzonder gebied in onze gemeente waar natuur, cultuurhistorie en recreatie samenkomen. Het gebied ontwikkelt zich tot een plek voor beleving en ontmoeting. De raad vindt dit een belangrijk project en ziet het als een kans om een waardevolle “parel” binnen Cranendonck verder tot zijn recht te laten komen. Het verkoopklaar maken van delen van het gebied heeft voor de raad prioriteit, waarbij het van belang is dat het cultureel erfgoed zichtbaar en beleefbaar wordt gemaakt en het gebied goed toegankelijk is voor inwoners en bezoekers. Het kasteeltje blijft buiten verkoop. De raad wil graag betrokken worden bij de plannen van investeerders en denkt hierover actief mee, samen met inwoners. De raad wil de Baronie nadrukkelijk uitlichten en ziet kansen om, in samenhang met de bredere ontwikkeling van recreatie en toerisme, te werken aan een doorlopende culturele beleving niet alleen in de Baronie, maar door heel Cranendonck.

17.3 Route 611 en Samen mee naar de A2

De ontwikkeling van Route 611 is voor de gemeenteraad een belangrijk project binnen de bereikbaarheid en leefbaarheid van Cranendonck. Route 611 betreft een nieuwe verbindingsroute die wordt ingericht als Gebiedsontsluitingsweg (GOW80). Afrit 37 van de A2 verbindt met de Kempenweg (N564). Het doel van deze route is om het doorgaande (vracht)verkeer te bundelen, waardoor de woonkernen worden ontlast en de leefbaarheid verbetert, terwijl tegelijkertijd de bereikbaarheid van bedrijventerreinen en de regio wordt versterkt. De raad hecht grote waarde aan de realisatie van deze route en benadrukt daarbij het belang van het deel langs het Nyrstar-terrein, omdat hiermee overlast en knelpunten rondom vrachtverkeer verder kunnen worden verminderd.

In samenhang hiermee blijft ook het project Samen mee naar de A2 van groot belang voor de gemeente Cranendonck. Dit project richt zich op een structurele oplossing voor de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de kernen Maarheeze en Sterksel, door het (vracht)verkeer op een veilige en toekomstbestendige manier buiten de woongebieden af te wikkelen. De gemeenteraad ziet beide projecten als complementair aan elkaar en essentieel voor het duurzaam verbeteren van de verkeersstructuur en leefbaarheid binnen de gemeente.

17.4 Locatie Sint Andreasschool

De raad vindt het belangrijk dat tijdens de tijdelijke opvang van Oekraïense ontheemden al wordt nagedacht over de toekomstige invulling van de voormalige St. Andreasschool. Dit gebeurt samen met inwoners van Budel-Dorplein, met aandacht voor leefbaarheid, ontmoeting en voorzieningen in het dorp. De gemeente heeft hierbij een faciliterende rol en zet in op een gezamenlijk gedragen invulling. Mocht dit proces onvoldoende tot resultaat leiden, dan wordt bekeken welke vervolgstappen nodig zijn voor de toekomst van het pand.