Om de zorg en dienstverlening - waar nodig - te verbeteren, voert de gemeente Cranendonck het cliëntervaringsonderzoek (CEO) uit onder inwoners die gebruik maken van een Wmo of jeugdhulpvoorziening. Inwoners zijn immers degenen die de hulp ontvangen en ervaren. 

Sinds vorig jaar doen we dat middels het continu meten van de cliëntervaring. Daarbij krijgen inwoners kort na het gesprek met een Wmo- of jeugdconsulent een vragenlijst over hoe zij de toegang en dienstverlening hebben ervaren. Drie maanden nadat de ondersteuning is geïndiceerd, ontvangen zij een vragenlijst over de ondersteuning zelf. 

De resultaten over 2021 laten het volgende zien:

  1. Inwoners weten de gemeente goed te vinden: het grootste deel van de respondenten (76%) weet waar ze moet zijn met een hulpvraag, dat is 6% meer dan in 2020. Vergelijkbaar met 2020 heeft 89% het gevoel serieus genomen te worden door de medewerker van het Sociaal Team; meer respondenten dan in 2020 geven aan snel geholpen te zijn (79% versus 68%).
  2.  De meeste respondenten zijn tevreden over het contact met de Wmo-consulent tijdens het keukentafelgesprek en de manier waarop er naar hem of haar werd geluisterd (91%); 87% is tevreden over de deskundigheid van de consulent. Over de uiteindelijk gekozen oplossing voor de hulpvraag is 90% tevreden, waarbij 83% aangeeft gezamenlijk met de consulent tot deze oplossing te zijn gekomen.
  3.  Net als in 2020, is 90% van de respondenten tevreden over de kwaliteit van de ondersteuning; 86% vond de ondersteuning passend bij de hulpvraag. Het effect van de ondersteuning is over het algemeen positief: 
    • 71% vindt dat hij of zij hierdoor beter de dingen kan doen die hij of zij wil;
    • 74% kan zich hierdoor beter redden;
    • 77% ervaart hierdoor een betere kwaliteit van leven.

Het continu meten van de cliëntervaring levert, vooral voor Wmo, een grotere respons en meer actuelere resultaten op dan een meting middels een eenmalig jaarlijks onderzoek en daarmee dus betrouwbaardere resultaten. Aangezien de respons op het CEO voor Jeugd achterblijft, onderzoeken we de komende tijd hoe we deze respons kunnen vergroten.